Het verschil tussen waargenomen en gemeten lichtsterkte

De waargenomen lichtsterkte van een armatuur wordt uitgedrukt in candela (cd) en kan voor het menselijk oog verschillen van de gemeten lichtsterkte door een lichtmeter. Dat lijkt wellicht minder relevant, maar is het wel degelijk. Lichtsterkte heeft immers betrekking op het stralingsvermogen van een lichtbron in een specifieke richting. De waarde die hieruit blijkt wordt door het menselijk oog gecorrigeerd door spectrale gevoeligheid.

Hoe werkt dat precies?

Het menselijk oog is niet voor elke kleurtemperatuur op het kleurenspectrum even gevoelig. De lichtsterkte van een infraroodlamp heeft bijvoorbeeld de waarde 0, omdat het menselijke oog dit licht niet kan waarnemen. Daar komt nog eens bij dat het contrast tussen de lichtbron en de omgeving van invloed is op de waargenomen lichtsterkte. Een lichtbron in puntvorm wordt bijvoorbeeld feller waargenomen dan een lichtbron met dezelfde lichtsterkte op een groter oppervlak.

Het menselijk oog reageert op lage lichtniveaus door de pupil te verwijden, zodat er meer licht in het oog kan binnenvallen. Het resultaat wat hierdoor ontstaat veroorzaakt het verschil tussen het gemeten en het waargenomen lichtniveau.

Hoe kan ik de daadwerkelijke lichtsterkte meten?

Wanneer je voor een (nieuw) lichtplan de helderheid van het licht van een armatuur wilt meten, heb je een lichtmeter nodig die dezelfde spectrale gevoeligheid heeft als een menselijk oog. Het is daarbij belangrijk om te weten dat een klassieke witte lichtbron zoals een gloeilamp, halogeen- of TL-lichtbron alle kleuren licht tegelijkertijd uitstraalt. Daarentegen straalt een witte LED lichtbron enkel gedeeltes van het spectrum uit. Het meten van een LED lichtbron met een klassieke licht- en colorimeter kan daardoor tot significante fouten in de lichtmeting leiden. Een spectrofotometer is hiervoor de uitkomst en zorgt voor accurate meetresultaten.

Waarom is het meten van de lichtsterkte van belang?

Het meten van lichtsterkte is vooral van belang wanneer je de (te plaatsen) armaturen wilt dimmen. Een armatuur dat tot 10 procent van het maximale gemeten lichtniveau is gedimd, wordt waargenomen als gedimd licht tot slechts 32 procent van de lichtsterkte. Wanneer je hetzelfde armatuur dimt tot 1 procent, wordt het waargenomen als 10 procent van de lichtsterkte. Indien je de armaturen in jouw (nieuwe) lichtplan dimbaar wilt monteren is het van belang om van te voren een dimmer te kiezen die in combinatie met de gekozen armaturen het meest optimale resultaat behaald.

Heb je vragen over de (theorie van) lichtsterkte voor jouw lichtplan? Neem dan gerust contact op met één van de lichtadviseurs van TRILUX via Jan Van Riel. We leggen het je graag verder uit!

Jan Van Riel
Leider Akademie TRILUX Benelux