Wat is visueel comfort?

Visueel comfort wordt bepaald door twee factoren: licht en verlichting. Visueel comfort is afhankelijk van dag- en kunstlicht, maar wordt ook bepaald door het uitzicht, de lichtreflectie en het contrast, zonwering en helderheidswering. Om een ruimte volgens al deze factoren zo prettig mogelijk uit te lichten, is visueel comfort met behulp van de daarvoor ontwikkelde methodes in de ontwerpfase van een gebouw goed te voorspellen. We leggen je graag uit hoe dit werkt.

Terug naar de schoolbanken

We weten allemaal dat slechte verlichting kan leiden tot hinder en concentratieverlies. Wellicht kun jij je nog herinneren hoe vervelend het is om in een klaslokaal te zitten met een reflecterend schoolbord. Een voorbeeld: op het moment dat de zon precies op het schoolbord staat, word jij verblind. Hierdoor kun je niet meer lezen wat de leraar noteert of presenteert. Lichtverblinding of lichtflikkering levert in dit geval een probleem op voor jou als leerling, maar ook voor de leerkracht. Door een slecht lichtontwerp, een oude verlichtingsinstallatie of verkeerde opstelling is het nu niet meer mogelijk om de leerstof tot je te nemen.

Luminantieverhouding

Visueel comfort is dus afhankelijk van de absolute hoeveelheid licht en de luminantieverhouding binnen jouw gezichtsveld. Luminantie staat veelal bekend als helderheid en wordt uitgedrukt in cd/m². In ons voorbeeld is er te veel helderheid (te veel licht) en word jij letterlijk verblind. Wanneer de luminantieverhouding te hoog is voor het dynamische bereik van jouw ogen, is er sprake van lichthinder. Lichthinder treedt voor iedere individu op een verschillende luminantieverhouding op. Dit maakt het erg lastig om één verhouding te hanteren die voor iedereen geschikt is.

1:3:10 regel

Om deze reden wordt binnen de verlichtingsindustrie de 1:3:10 regel gehanteerd. Onderstaande afbeelding geeft deze regel visueel weer.

Wanneer de directe taak van jouw ogen, zoals het bekijken van een scherm of werkblad, een relatieve helderheid van 1 heeft, dan mag het in de omgeving daarvan niet meer dan drie keer zo helder zijn. Aan de randen van jouw gezichtsveld is hiervoor een maximale factor van 10x helderheid vastgesteld. Dit laatste getal is wat minder strikt dan het tweede, aangezien de meeste mensen geen directe grote hinder ondervinden op het moment dat de helderheid aan de randen 20 of 30 keer zo helder is dan het scherm of een werkblad.

ARBO normen

Volgens de ARBO richtlijnen voor de luminantie van een beeldscherm of venster met helderheidswering mag dit verschil niet groter zijn dan 1:30. Om weer eens een voorbeeld te geven: de gemiddelde luminantie van een modern scherm ligt rond de 150 cd/m². De luminantie rondom een raam mag hierdoor dus niet meer dan 4500 cd/m² zijn.

Heb je vragen over dit artikel of wens je hulp bij een lichtberekening? Neem gerust contact met ons op. We helpen je graag op weg!

Jan Van Riel
Leider Akademie TRILUX Benelux